Motorische Ontwikkeling

stimuleren van motoriek en spraak

Grove motoriek

Voor de stimulering van de grove motoriek is een fysiotherapeut erg belangrijk. Omdat een ontwikkelingsachterstand doorgaans al snel duidelijk is, is een fysiotherapeut vaak al vanaf de babytijd betrokken. Een fysiotherapeut kan ook werkzaam zijn binnen een medisch kinderdagverblijf of een revalidatiecentrum verbonden aan een therapeutische peutergroep of speciaal onderwijs.

Hulpmiddelen die vaak gebruikt worden zijn:

  • braces;
  • steunzolen / orthopedische schoenen;
  • spreidbroek bij heupdysplasie;
  • rolstoel.

Fijne motoriek

Voor de stimulering van de fijne motoriek wordt vaak een ergotherapeut ingeschakeld. De therapeut kan met de kinderen oefenen met bijv. knippen, kleuren, tekenen en schrijven. De ergotherapeut kan daarbij ook gericht hulp bieden in het bevorderen van de zelfredzaamheid van kinderen zoals het zichzelf leren aan en- uitkleden. De ergotherapeut wordt vaak betrokken als extern deskundige op regulier onderwijs maar is vaak ook werkzaam op speciaal onderwijs of bij een revalidatiecentrum.

Hulpmiddelen die vaak gebruikt worden zijn:

  • veerschaar;
  • potloodgrip.

Spraak

Een logopediste zorgt voor stimulering van de spraak, welke bij deze kinderen laat op gang komt. Ook kunnen er tips worden geven bij problemen met eten (mondmotoriek). Veel jonge kinderen met het syndroom kunnen niet goed drinken van de borst of fles. Het kauwen en slikken van voeding levert geregeld problemen op, zoals bijv. verslikken. Dit heeft ook weer te maken met de lage spierspanning. Dit wordt beter naarmate het kind ouder wordt.

Bij bijna alle kinderen komt de spraak uiteindelijk goed op gang, een enkeling blijft non-verbaal.

Hulpmiddelen die gebruikt worden zijn:

  • pictogrammen;
  • spraakcomputer;
  • voedingspomp / sondevoeding.